Nieuws

Muis onder vuur

Sanne Hijlkema | vrijdag 19 april 2013

Muizenonderzoek naar ontsteking zegt niet zoveel over mensen, zou je kunnen concluderen uit een recente publicatie in PNAS. Een overtrokken conclusie?

Dit artikel verscheen in Medicines 2 2013

“Deze studie geeft een te simpele voorstelling van zaken”, vindt Merel ritskes-Hoitinga, hoogleraar proefdierkunde bij het UMC St Radboud Nijmegen. Ze reageert op een publicatie van amerikaanse en Canadese onderzoekers in Proceedings of the National Academy of Sciences eerder dit jaar. “Ze bekeken alleen de genexpressie. Op basis daarvan kun je niet voorspellen hoe een lichaam reageert.”

Onvolmaakt

De onderzoekers vergeleken de genexpressie van muizen en mensen met een ontsteking door een brandwond, lichamelijk trauma of injectie met bacteriële endotoxines. Ze analyseerden het rNa uit witte bloedcellen. De grofweg vijfduizend genen waarvan de expressie bij mensen veranderde ten opzichte van de gezonde situatie, bleken bij muizen heel anders te reageren. ‘Close to random’, zo bestempelen de auteurs de vergelijking. 

Niet heel verrassend, vindt internistinfectioloog Joost Wiersinga, postdoc bij het Center for Experimental Molecular Medicine in amsterdam. “Een ziektebeeld is vaak te heterogeen om het in een muismodel na te bootsen. Het wordt steeds duidelijker dat bijvoorbeeld sepsis, waarbij een infectie de ontstekingsreactie veroorzaakt, niet één ziekte is. Je moet je model dus specifieker maken: sepsis door longontsteking, door bacterie x bij populatie y.” 

“Een model maken voor ontsteking is nu eenmaal lastig, omdat het immuunsysteem zo heterogeen is”, zegt Jan Hoeijmakers, hoogleraar moleculaire genetica van het Erasmus Medisch Centrum.
“Deze studie toont aan hoe onvolmaakt de gebruikte modellen zijn.” 

Onvolmaakt

De onderzoekers keken bovendien maar naar één uitkomstmaat, benadrukt Wiersinga. “Die genexpressie maten ze ook maar in één compartiment: leukocyten in het bloed. Dat is heel beperkt. Er zijn zo veel regelmechanismen die de uiteindelijke reactie kunnen beïnvloeden. En zowel bij mensen als muizen is die reactie niet overal in het lichaam hetzelfde. In een muis die door longontsteking sepsis krijgt, reageren de macrofagen in de buikholte heel anders dan vergelijkbare cellen in de longen of het bloed. Ze produceren andere soorten of hoeveelheden cytokines bijvoorbeeld.” 

'Dit is een groot waarschuwingsteken'

De publicatie is interessant voer voor discussie, daar zijn de drie het over eens. Maar ze schrijven de muismodellen uit het amerikaanse onderzoek niet af, al hangt de bruikbaarheid wel af van de onderzoeksvraag. Generalisatie van de resultaten naar ontsteking in het algemeen gaat ze wel veel te ver. 

Ze zetten bovendien vraagtekens bij het door de auteurs gesuggereerde verband tussen het waargenomen gebrek aan genomische overeenkomst en de teleurstellende resultaten van klinische trials met nieuwe geneesmiddelen voor ontstekingsziekten. “Dierproeven worden vaak niet goed gerandomiseerd en geblindeerd uitgevoerd, waardoor je te positieve resultaten krijgt”, weet
ritskes-Hoitinga. Hoeijmakers: “Dat medicijnen niet werken, kun je niet zomaar afschuiven op de representativiteit van muizen. Maar deze studie is wel een groot waarschuwingsteken voor de interpretatie van proefdierstudies.”

Partners Medicines