Artikelen

Havenbedrijf Rotterdam stort zich op de offshore

Auteur: Bart Stam | Publicatiedatum:

Met de Wereldhavendagen in zicht, van 1 tot en met 3 september, bezochten we Havenbedrijf Rotterdam alvast. Maasvlakte 2 was van origine bestemd voor overslag van vooral containers, maar door de bouw van vele offshore windparken op de Noordzee, wacht de haven een andere toekomst.

Net als de havens van Zeebrugge, Vlissingen, IJmuiden, Den Helder en Eemshaven, wil ook Rotterdam profiteren van het snel groeiende aantal offshore windparken op de Noordzee. Daarnaast ziet Europa’s grootste haven ook kansen voor de ontmanteling van verouderde productieplatforms voor olie en gas op de Noordzee. Platforms die na tientallen jaren aan het eind van hun technische en economische levensduur zijn, mede door de lage olieprijs van dit moment.

Veel ruimte

“Als er iets is dat de offshoresector nodig heeft, dan is het ruimte”, zegt Matthijs Peeperkorn, projectmanager offshore van Havenbedrijf Rotterdam. “Deze ruimte hebben wij volop in Rotterdam. Vooral op Maasvlakte 2 waar we 70 ha exclusief hebben gereserveerd voor offshore activiteiten.”

‘Wij willen een cluster creëren van uiteenlopende offshore bedrijven die profiteren van elkaars aanwezigheid’

Volgens Peeperkorn is het de bedoeling om verschillende offshore bedrijven bij elkaar te zetten op het nieuwe haventerrein aan de Prinses Alexiahaven. “Wij willen een cluster creëren van uiteenlopende offshore bedrijven die profiteren van elkaars aanwezigheid. Zo zijn we momenteel in onderhandeling met vijf bedrijven gelieerd aan de offshore, die zich graag willen vestigen op de eerste 30 ha die we nu aan het aanleggen zijn.”

Op basis van marktonderzoek heeft Havenbedrijf Rotterdam proactief gekozen om een terrein op te spuiten voor zijn Offshore Center op Maasvlakte 2. Het terrein ligt aan de westkant van Maasvlakte 2, tegen de zeewering aan. Dit is vlak bij de voormalige ligplaats van de ‘Pioneering Spirit’ van Allseas, het grootste werkschip ter wereld, met een lengte van 382 m en een breedte van 124 m.

In de oorspronkelijke plannen voor Maasvlakte 2 behoorde de offshore niet tot de kernactiviteiten. Maar net als bij Maasvlakte 1, waar oorspronkelijk een tweede staalfabriek van Hoogovens (tegenwoordig Tata Steel) zou moeten komen, hebben nieuwe economische perspectieven de oorspronkelijke plannen deels ingehaald. Peeperkorn: “Rotterdam is van oudsher een overslaghaven. Maar we zagen enkele jaren geleden dat de markt voor offshore windturbines op de Noordzee zich razendsnel ontwikkelt. Onze haven heeft een sterk ontwikkelde maritieme sector met veel scheepswerven, toeleveranciers, maritieme dienstverleners en constructiebedrijven. Het is belangrijk dat we deze sector blijven vernieuwen zodat de aanwezige kennis op peil blijft. Ook voor de ontmanteling van oude productieplatforms is onze haven een interessante optie. Qua toegevoegde waarde en werkgelegenheid biedt de offshore goede kansen voor een wereldhaven als Rotterdam.”

Geweldige locatie

Artist’s impression van het Offshore Center in vol bedrijf. Bron: Havenbedrijf Rotterdam (HbR).De komst van Sif (Schmeitz Industriële Fabricage) Group aan de Prinses Margriethaven in 2014, aan de overzijde van Maasvlakte 2, betekende een belangrijke stap voor Rotterdam als offshore haven. Sif Group is gespecialiseerd in het assembleren en coaten van stalen funderingen van offshore windturbines en productieplatforms. “Dit is een geweldige locatie vanwege de enorme ruimte en de goede bereikbaarheid”, aldus Paul Welters, commercieel manager olie en gas. “We hebben hier maar liefst 42 ha en een moderne productie- en assemblagehal tot onze beschikking. Vanaf onze hoofdvestiging in Roermond vervoeren binnenvaartschepen en duwbakken de segmenten en onderdelen naar Rotterdam. Na de assemblage en het coaten zorgen installatieschepen voor het vervoer naar de eindbestemming op de Noordzee.”

Zo vervoerde het installatieschip ‘GeoSea’ in januari van dit jaar 56 monopiles van elk 1.000 ton naar het nieuwe Britse offshore windpark Galloper Offshore Wind Farm, zo’n 30 km uit de kust van Suffolk. Welters: “Dat het Offshore Center wat verder weg ligt, vinden we geen probleem. Ik kan de spin-off-effecten voor ons bedrijf nog niet helemaal inschatten, maar het zal op den duur zeker voordelen opleveren voor ons”, meent hij.

De vestiging van Sif Group bleek trouwens een mooie vingeroefening voor het ontwerp en de aanleg van het Offshore Center. Vanwege de grote en zware constructies moeten de toekomstige huurders beschikken over terreinen met extra verstevigde kademuren en grondsoorten die bestand zijn tegen hoge belastingen. Joost Bos, project engineer port development van Havenbedrijf Rotterdam: “Bij het ontwerp van reguliere haventerreinen gaan we uit van een zogeheten verdeelde permanente belasting van 4 tot 6 ton/m2. Bij het Offshore Center gaan we echter uit van minimaal 10 ton/m2. Dat betekent dat er gemakkelijk een zware kraan kan staan die een druk uitoefent van 60 ton/m2, want deze druk wordt gespreid en het terrein zal nooit helemaal vol staan.”

Hij vervolgt: “Een deel van deze locatie is al opgehoogd met het overgebleven zand van eerdere projecten, zoals de derde ligplaats van de Gate terminal op de Maasvlakte. Hierdoor was de waterdiepte al van 16 m onder NAP naar 5 m onder NAP gegaan. We weten inmiddels dat we de beste draagkracht en afwatering krijgen door fijn zand in de diepste lagen aan te brengen met daar bovenop grof zeezand.”

Goed inklinken

Begin augustus had de aannemerscombinatie PUMA (Projectorganisatie Uitvoering Maasvlakte), bestaande uit de baggerbedrijven Boskalis en Van Oord, al zo’n 2 miljoen van de benodigde 8 miljoen m3 zand aangebracht. Bos: “De baggerschepen van Boskalis en Van Oord brengen het zand voor het Offshore Center op drie manieren aan: via pokken (‘persen over de kop’), rainbowen (opspuiten) en hydraulische persleidingen. Op het hele terrein brengt PUMA het zand aan op 5 m boven NAP. Op sommige plaatsen van de locatie, waar we grotere zettingen verwachten, is dat zelfs 10 m boven NAP. Hierdoor kan de grond de komende maanden goed inklinken, voordat bedrijven zich op het terrein gaan vestigen.”

Op 1 november moet PUMA de eerste 30 ha hebben opgeleverd, waarna Havenbedrijf Rotterdam kan beginnen met de bouw van de ontsluitende wegen en van de 600 m lange kademuur. Begin 2018 rondt de aannemerscombinatie het werk af met de aanleg van de laatste 40 ha. Op 1 juli 2018 moet het opspuiten van de 70 ha dus gereed zijn. Havenbedrijf Rotterdam verwacht dat in 2019 de eerste offshore bedrijven hier operationeel zullen zijn.

De nieuwe cutterzuiger Helios van Boskalis (PUMA) aan het werk voor het Offshore Center. Bron: BoskalisVolgens Bos vormen het ontwerp en de bouw van de kademuren een extra uitdaging, waarbij de vestiging van Sif Group een dankbaar voorbeeld is: “Bij het Offshore Center zullen veel jack-up transportschepen komen. Dit zijn schepen die met hun spudpalen de bodem voor de kademuur omwoelen. In combinatie met de grote waterdiepte en de zware offshore constructies op de kade zorgt dit ervoor dat we hier extra zware kademuren moeten bouwen”, zo vertelt de civieltechnisch ingenieur bij een schaalmodel in het World Port Center. “De kademuur zal bestaan uit een combiwand met ontlastingsvloer. Zo’n combiwand bestaat weer uit stalen buizen met damwandprofielen ertussen, vandaar de naam. Deze ontlastingsvloer bestaat uit een 1,5 à 2 meter dikke betonvloer met een opstaande rand van zo’n 7 m hoog.” De vloer is via een groot aantal schuine ankers stevig in de zeebodem bevestigd. Ingenieursbureau Witteveen+Bos maakt het ontwerp voor deze kademuur.

Zand uit zee

Boskalis en Van Oord zetten een aantal sleephopperzuigers en een snijkopzuiger in voor de bagger- en reclamatiewerkzaamheden voor dit nieuwe haventerrein. “De werkzaamheden bestaan uit diverse onderdelen”, aldus Boskalis-woordvoerder Arno Schikker namens PUMA. “We winnen zand uit zee en spuiten daarmee het terrein op. Daarnaast verdiepen we de vaargeul van de Prinses Alexiahaven en de ligplaats van de Pioneering Spirit. Het gebaggerde zand uit de vaargeul gebruiken we weer voor het Offshore Center.”

Van Oord levert de sleephopperzuiger ‘Volvox Olympia’.Voor de eerste 30 ha zet de aannemerscombinatie vier grote baggerschepen in. Van Oord levert de sleephopperzuigers ‘Volvox Olympia’ en ‘Rotterdam’, Boskalis de sleephopperzuiger ‘Strandway’ en de nieuwe snijkopzuiger ‘Helios’. “De Helios is de grootste en krachtigste snijkopzuiger die Boskalis ooit heeft ontwikkeld”, zegt Schikker niet zonder trots. “Het Offshore Center is de eerste opdracht voor deze snijkopzuiger, die op 1 juli in de vaart is gekomen.”

De Helios is gebouwd op een scheepswerf in Pula (Kroatië) en afgebouwd bij Royal IHC. Het vaartuig heeft een lengte van 152 m en een breedte van 28 m. Schikker: “Deze snijkopzuiger is ontwikkeld voor het baggeren in extreem harde grond en geschikt voor waterdiepten van 6 tot 35 m.” De Helios heeft een geïnstalleerd vermogen van bijna 24.000 kW en een pompvermogen van 15.600 kW. Het maximum vermogen van de snijkop bedraagt 7.000 kW.

Zoals het gaat met dergelijke baggerschepen staat de volgende opdracht voor de Helios al vast. Na voltooiing van de werkzaamheden op Maasvlakte 2 verhuist de nieuwe snijkopzuiger later dit jaar naar Oman, voor de aanleg van een nieuwe haven.

Offshore in Rotterdam: 

 

Impressie nieuwe insteekhaven SIF Maasvlakte 2 Rotterdam:

Deel deze pagina
Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de Medicines nieuwsbrief.

Abonneer je nu!

Betabanen

Adverteren

Uw producten of vacatures in Medicines of op medicinesonline.nl? 
Meer informatie

Word abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang vijf keer per jaar het vakblad voor onafhankelijk geneesmiddelenonderzoek.

Sluit nu een abonnement af!